Ons voedsel en hoe voeden we straks 9 miljard monden

 

In onze tijd wordt de akkerbouw als vervuilend gezien en moet plaats maken voor natuurgebieden. Ook in de veenweidegebieden worden veel stukken 'teruggegeven' aan de natuur. Rood voor groen wordt dat genoemd. Maar is dat nu wel zo groen?

 

Over 35 jaar wonen op aarde negen miljard mensen, over 50 jaar misschien zelfs 10 miljard. Dit blijkt uit de jongste 'World Population Prospects' van de Verenigde Naties. De bevolkingsgroei hangt hangt af van de welvaart: meer welvaart, minder kinderen. Het voorspellen van de wereldbevolking is niet een kwestie van geboortebeperking (dat hebben de deskundigen kennelijk al opgegeven), maar vooral van economie.

 

De landbouw moet al die monden zien te voeden. In Nederland geven we graag landbouwgrond aan de natuur terug, maar nemen we dan ook onze verantwoordelijkheid? Door onze voedselproductie aan de markt over te laten kan immers betekenen, dat elders weer bossen worden gerooid.

 

 

Norman Borlaug

 

De Amerikaanse agronoom Norman Borlaug was de vader van de 'groene revolutie', de landbouwrevolutie die in de jaren 60-80 van de vorige eeuw zorgde dat de landbouwproductie zodanig steeg dat landen als India, China en Indonesië zelfvoorzienend konden worden. Hij kreeg in 1970 de Nobelprijs voor de Vrede voor zijn bijdrage aan de wereldvoedselproblematiek. Zijn aanpak bestond uit het selecteren van tarwe- en rijstsoorten met een hogere opbrengst, in combinatie met pesticiden, kunstmest en innovatieve irrigatietechnieken. Zijn werk stuitte echter op kritiek van onder andere milieuactivisten. Terecht?

 

 

 

Norman Borlaug heeft meer levens gered dan wie dan ook in de geschiedenis.

 

Josette Sheeran, directeur van het Wereldvoedselprogramma (WFP) van de Verenigde Naties.

 

 

 

norman borlaug

 

 

 

Vast staat dat zijn 'groene revolutie' zeer succesvol was.

 

 

Borlaug liet ons de zogenaamde Borlaug-hypothese na. Die stelt dat het intensiveren van landbouw ook de oplossing biedt voor het beschermen van bossen en andere ecosystemen.

De Borlaug hypothese simpel gezegd: “Op Braziliaanse weiden graast één dier per hectare. Maak er daar twee van en je kunt het regenwoud van de Amazone redden.”

 

 

 

 

Sparing or sharing, twee manieren om de planeet te voeden:

 

Is het mogelijk om voedsel te produceren voor 9 miljard mensen? Waarschijnlijk wel, maar dan zal het wereldwijde landbouwareaal een grotere productie moeten genereren. Eén van de cruciale vragen daarbij is of we in de toekomst moeten inzetten op land sparing of land sharing. Land sparing gaat uit van een groter aandeel voor intensieve landbouw, maar met een hoog rendement per hectare als gevolg en ruimtebesparing (voor natuurgebieden) als bonus. Land sharing gaat uit van een groot aandeel voor extensieve landbouw, minder vervuilend en meer biodiversiteiten. Maar waarvoor meer land nodig is, waardoor er minder overblijft voor natuur.

 

Sparing

Het ene kamp - de ecomodernisten - is voorstander van verregaande intensieve landbouw, die gebruikmaakt van kunstmest en bestrijdingsmiddelen en openstaat voor moderne veredelingstechnieken als genetische modificatie. De verbouwde velden zijn laag in biodiversiteit, maar hoog in opbrengst per hectare. Hierdoor blijft meer ruimte over voor natuurgebieden. Hoe meer de mensheid haar activiteiten samenbalt, hoe meer ruimte er vrijkomt voor de natuur

 

Sharing

Het andere kamp - de klassiek groenen - pleit voor een wildlife friendly landbouw. Dit type landbouw, denk aan biologische landbouw, gebruikt natuurvriendelijkere methoden en is daardoor biodiverser. Dit gaat wel ten koste van de opbrengst per hectare, waardoor er meer land nodig is om dezelfde opbrengst te genereren.

 

 

 

Hoeveel land hebben we nodig?

 

Om te kijken welk uiterste nu het beste is om de biodiversiteit te waarborgen, moeten we de vraag beantwoorden hoeveel minder efficiënt wildlife friendly landbouw is en hoeveel meer land er nodig is als we volledig zouden overschakelen.

 

In 2012 verscheen er een overzichtsstudie die, voor een hele reeks aan landbouwproducten, antwoord probeerde te geven op de vraag hoeveel intensieve landbouw dan wel kon besparen. De onderzoekers vonden dat het voor veel soorten fruit heel weinig uitmaakte welke van de twee landbouwsystemen er gebruikt werd. Voor tarwe en maïs waren de verschillen echter enorm: tot wel 40 procent. Als de onderzoekers alle gewassen op één hoop gooiden, kwamen ze tot een verschil van minimaal 25 procent. Er is met biologische landbouw dus een kwart meer land nodig om dezelfde opbrengst te genereren. Dat komt overeen met een gebied zo groot als de Verenigde Staten, en dat wordt alleen maar groter als er in de toekomst meer mensen gevoed moeten worden.

 

Is het het waard om natuur op te offeren voor een natuurvriendelijker landbouwmethode? De afgelopen decennia is hier veel onderzoek naar gedaan en het gros van de studies richtte zich op ontwikkelingslanden in met name Afrika. De meeste boeren hebben daar nauwelijks toegang tot kunstmest, bestrijdingsmiddelen en tractors, soms uit infrastructurele redenen, soms om financiële. Het gros van de boeren bezigt daarom nog zeer kleinschalige landbouw. Tegelijkertijd is Afrika het continent waar de grootste bevolkingsgroei voor de deur staat: van 1 naar 3 à 4 miljard in 2100. 

 

 

 

En welke methode is dan het best voor de biodiversiteit?

 

boerenleven

 

 

 

 

Om iedereen te voeden en tegelijk nog natuur over te houden, is de hamvraag dus: gaan we voor biologische landbouw of voor intensieve landbouw en welke richting is het beste voor de biodiversiteit?

 

Opvallend was dat de studies aantoonden, dat biologische landbouw (sharing) inderdaad een hogere biodiversiteit op leverde, maar dat vooral opportunistische, veel voorkomende soorten profiteerden van de natuurvriendelijke landbouwmethoden. Zeg maar de mussen en de meeuwen. Als we de komende tijd moeten kiezen tussen biologische landbouw en intensieve landbouw om de biodiversiteit te redden, dan verdient de laatste duidelijk de voorkeur. Er is weinig romantisch aan de grote, efficiënte landbouwbedrijven en hun manier van voedsel produceren, maar het is de enige manier om een groene en welvarende planeet te combineren in de toekomst.

 

 

 

Marktkrachten kunnen roet in dat eten gooien.

 

Sparing, hoewel prima in theorie, staat echter open voor misbruik in de praktijk. Als de (commerciële) druk groot genoeg is, dan kunnen natuurgebieden worden gekapt. Want boeren hakken geen bos om om de wereld te voeden, dat doen ze om geld te verdienen. Dus als je boeren efficiënter en productiever maakt, maak je een nog grotere bedreiging van ze voor de natuur.

 

In de woorden van Tony Simons, adjunctdirecteur van het World Agroforestry Centre in Nairobi: “Borlaug dacht dat als je de armoede in het grensgebied van het bos aanpakte, de boeren niet langer met hun machetes het bos in zouden trekken. Wat er gebeurde was dat ze genoeg geld kregen om een kettingzaag te kopen en daarmee richten ze nog veel meer schade aan.”

 


Simpel gezegd: als landbouw alleen maar ging over genoeg eten verbouwen om de wereld te kunnen voeden, dan zou inderdaad intensivering zorgen dat er land overblijft voor natuur. Maar Mensen, Marktkrachten en Monsanto kunnen roet in dat eten gooien.

 

 

 

Toekomst

 

Betekent zo’n pleidooi voor intensieve landbouw dat de sector maar helemaal zijn gang mag gaan? Uiteraard niet. Landbouw is een noodzakelijk kwaad en gaat gepaard met veel destructie: het gebruikt twee derde van al het zeldzame zoetwater op deze planeet. Het is verantwoordelijk voor 10 tot 15 procent van alle broeikasgasuitstoot en er wordt nog steeds veel te kwistig omgegaan met stikstof en bestrijdingsmiddelen. Willen we onze planeet leefbaar houden, zullen we alles op alles moeten zetten om de landbouw efficiënter te maken.

 

 

 

En Nederland

 

Is het voor Afrika en andere ontwikkelingsgebieden duidelijk dat land 'sparing' de betere strategie is, hoe zit dat voor meer westerse landen? In Nederland valt er niet veel natuur meer te redden. We hebben ook geen gebieden die ook maar in de buurt komen van de enorm biodiversiteit van regenwouden. Maar het lijkt er steeds meer op dat ook in het westen 'land sparing' een biodiversere natuur gaat op te leveren. Dat betekent dat het effectiever is om de biodiversiteit op landbouwgronden op te geven en een extra Biesbosch of Oostvaardersplassen te creëren.

 

 

 

En het Bentwoud

 

Wij Nederlanders genieten genoeg welvaart om ons voedsel elders in de wereld te halen. Rood voor groen, daar begon het mee. Klinkt goed, maar je houdt geen rekening met onze verantwoordelijkheid voor de voedselvoorziening voor miljarden mensen. 800 hectare rijk akkerbouwland werd opgeofferd voor natuurgebied, maar 800 hectare doet ook niet meer mee in de wereld voedselvoorziening. Wat is dan de prijs? 800 hectare regenwoud?

 

 

Verantwoordelijk

 

De keuze tussen verantwoordelijk zijn voor productie van ons voedsel en verantwoordelijkheid voor de natuur hebben wij Nederlanders kennelijk al gemaakt. Ja de natuur is heel belangrijk, maar de verantwoordelijkheid voor onze voedselvoorziening en de gevolgen daarvan, leggen we bij anderen. De makkelijkste weg en soms zelfs een vingertje. Rood voor groen, dat was 1990. Keuzes zijn gemaakt, laten we van het Bentwoud het beste maken. Hoe het nu verder moet met die 9 miljard mensen, dat laten we graag aan anderen over.

 

Tot slot een uitspraak van Norman Barlaug:

 

 

Sommige van de milieu-lobbyisten van de westerse landen zijn het zout van de aarde, maar veel van hen zijn elite. Ze hebben nog nooit de fysieke sensatie van honger ervaren. Ze doen hun lobby van comfortabele kantoor suites in Washington of Brussel. Als ze slechts een maand te midden van de ellende van de derde wereld leefden, zoals ik al vijftig jaar, zouden ze schreeuwen om tractoren en kunstmest en irrigatie kanalen.

 

Maar ja, dat was de jaren 60 van de vorige eeuw.

 

 

Geschreven: 04 april 2016
Hits: 426