Vervening in Zuid Holland

 

Ontginning en bodemdaling.

Bij het ontginningen van de woeste veengronden in de 11e tot de 14e eeuw in het Hollands veengebied was het in eerste instantie niet om turf te doen. Er werden uitgestrekte gebieden systematisch ontbost, ontwaterd en in cultuur gebracht ten behoeve van de landbouw. Dit gebeurde meestal volgens het cope-systeem. In veel plaatsnamen vinden we de term 'cope' of koop terug, zoals Boskoop en Nieuwkoop.

 

 

Cope-systeem

Tegen het midden van de 14de eeuw waren de meeste veenmoerassen ontgonnen en was het cope-landschap ontstaan dat tot op de dag van vandaag kenmerkend is voor het Groene Hart. De ontginningen waren strak geregisseerde ondernemingen waarbij werd gewerkt in ontginningsblokken. Voor de uitvoering werd een beroep gedaan op onvrije boeren en kolonisten, die als tegenprestatie het door hen ontgonnen perceel, de hoeve, in vrije eigendom kregen. Dit werd vastgelegd in een privaatrechtelijke overeenkomst: de cope.  De ontwatering werd gerealiseerd door op een afstand van 30 morgen (ca 110 m) parallelle ontwateringssloten te graven. Doorgaans kregen ontginningsblokken een vaste diepte van 6 voorlingen (ca 1.250 m). Zo ontstonden hoeves van 16 morgen, ca 14 ha, een agrarisch bedrijf waarvan een gezin goed kon leven.

 

 cope

 

Op deze manier ontstonden zo de langgerekte dorpen, die we langs de Rotte en de Gouwe vinden.

 

 

Bodemdaling

Maar de afwatering had inklinking tot gevolg en maakte dat de grond, naar toch weer te nat werd en alleen nog geschikt was als weidegrond. De grootste afbraak ontstond echter toen men deze teeltgronden begon af te graven voor brandstof. Al in de 14e eeuw kende men in Schieland een bloeiend veenbedrijf, en vanaf ongeveer 1500 werd vanuit Holland veel turf geëxporteerd.

 

 

De zeventiende-eeuwse turfwinning

Aanvankelijk gebruikte de bevolking van Zuid-Holland hout als brandstof, maar toen dat schaars werd, ging men over op turf: veengrond die bestond uit resten van niet helemaal verrotte moerasplanten en die in gedroogde toestand uitermate geschikt was als brandstof. Aan veengrond was in Zuid-Holland geen gebrek. De vraag naar turf kwam vooral uit de grote steden, zoals Leiden en Haarlem. Aanvankelijk kwam de turf uit plaatsen als Zoetermeer, Waddinxveen en Moordrecht, maar toen de turfprijzen stegen, besloten ook boeren elders hun land te ‘vervenen’ (af te steken). Er waren twee manieren om turf te winnen. De eerste was het steken van turf boven de grondwaterspiegel, droge vervening genoemd. In de loop van de zestiende eeuw kwam met de introductie van de baggerbeugel, een lange stok met aan het uiteinde een net, de tweede manier op, de natte vervening of slagturven. Het veen werd uit het water getrokken en op een legakker of zetwal uitgespreid en aangestampt. Na droging kon de turf worden gestoken.

 

 

turfsteken

 

Werk, brandstof en plassen

De natte vervening verschafte veel handen werk, maar leidde wel tot veel landverlies. De zetwallen konden alleen nog als hooiland worden gebruikt. De uitgebaggerde stroken groeiden in de loop van de zeventiende eeuw uit tot grote plassen. Zo ontstond ten noorden van Rotterdam een groot aantal nieuwe plassen. In het laagveengebied, van Noord- en Zuid-Holland is meer dan 61.000 hectare land veranderd in water door het turfsteken. De Wildevenen was het eerste meer in Zuid-Holland, dat door deze natte vervening was ontstaan.

 

In de vierhonderd jaar dat er in Nederland turf is gewonnen, is ongeveer 275.000 hectare grond van veen ontdaan.

 

 

Ecologische ramp

Door wind en golfslag breidden die plassen zich steeds verder uit. Gouda werd zodanig bedreigd, dat het in 1635 werd verboden om binnen een straal van drie kilometer rond de stad te vervenen. De plassen brachten ook geen grondbelasting en waterschapslasten op.

 

nieuwkoopseplassen

 

 

Daarom is men in de 17e eeuw deze plassen gaan droogleggen.

Voor plassen van deze omvang waren meerdere molens nodig die het water in stappen omhoog brachten (getrapte bemaling). De Wildevenen, de eerste plas die was ontstaan door de natte vervening, was ook de eerste drooglegging van veenplassen in Zuid-Holland. Deze polder is nog steeds een akkerbouw gebied ten zuiden van het Bentwoud.

 

 

Animatie

Hoe in Zuid-Holland in de loop van 400 jaar het landschap twee maal veranderde. Eerst werd het verveend en vervolgens weer drooggemaakt: een film over de vervening en inpoldering in Zuid-Holland.