Oproer in Moerkapelle

 

Vanaf 1781 werd in de Republiek een nieuwe politieke en maatschappelijke beweging van ontevreden burgers steeds invloedrijker. Zij noemden zich uit liefde voor hun land ‘patriotten’, en streefden naar machtsherstel van de eens zo glorierijke Republiek. Grotere individuele vrijheid en de rechten van de mens stonden hoog in het vaandel. De macht, die tot dan bij de stadhouder en aristocratie lag, moest toekomen aan de burgers zelf. De patriotten gingen zich bewapenen en verenigen in schutterijen en genootschappen.

 

 

oproer

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hiermee kwamen zij tegenover de aanhangers van de prins te staan: de prins- of Oranjegezinden. De inwoners van Moerkapelle waren Oranjegezind en moesten niets hebben van de Patriotten. Toen de Rotterdammer H. A. Kreet, als Schout van Moerkapelle weer met een Patiottische publicatie kwam ging het mis:

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Moerkapellenaars roepen "Oranje boven en steken de vlag uit. De schout protesteert en wil met zijn degen het volk uiteen jagen. Hij wordt dan onder de voet gelopen en door de voorouders van Sander de Jong ook nog van zijn degen beroofd. De prinsgezinden versieren daarna zijn koets en paarden met oranje strikken, steken mr. Kreet een oranje strik op zijn hoed en sturen hem zo terug naar zijn woonplaats Rotterdam.

 

 

Stadhouder Willem V

 

‘Vorst Willem, het is alles uw schuld.’ Zo vatte Joan Derk van de Capellen tot den Poll in zijn pamflet ‘Aan het Volk van Nederland’ samen hoe de patriotten dachten over Willem V. De stadhouder stond bekend als slap en besluiteloos, hij had geen antwoord op alle aantijgingen. Zijn echtgenote Wilhelmina was ook niet geliefd, maar uit ander hout gesneden. Ze was een trotse prinses, haar broer Willem Frederik II was koning van Pruisen. Toch kon ook zij niet voorkomen dat het stadhouderlijk paar in september 1785 uit Den Haag moest vluchten, omdat de patriotten daar te sterk werden. Willem en Wilhelmina weken met hun gezin uit naar Nijmegen in Gelderland. De patriotten en de Prinsgezinden bespotten elkaar openlijk in pamfletten en andere publicaties. Willem en Wilhelmina werden samen met hun kinderen afgebeeld als Gelderse zwijnen, die de rechten van het Nederlandse volk vertrappen en verscheuren. De Prinsgezinden op hun beurt maakten de opstandelingen uit voor ‘kezen’en ‘zotskoppen’. De strijd werd gevoerd met alle middelen, ook met geweld. De patriotten verenigden zich in gewapende ‘vrijkorpsen’ en maakten zich bijna overal in Holland, Utrecht en Overijssel meester van de macht. De Prinsgezinden hielden met veel machtsvertoon stand in een aantal Gelderse steden. In andere delen van het land organiseerden ze relletjes en incidenten. De spanning liep steeds verder op en in de loop van 1787 ging het mis.

 

oproer2

 

 

 

 

 

 

De advocaat H. A. Kreet van Rotterdam als Schout van Moerkapelle mishandeld wegens het aflezen der publicatie van den souverein betrekkelijk de wapenhandel, 30 jan. 1785.

 

 

Beide gravures zijn eigendom van het rijksmuseum

 

 

 

Goejanverwellesluis

 

Op 28 juni 1787 kreeg boer Adriaan van Leeuwenhoek prinses Wilhelmina van Pruisen op bezoek. Maar de echtgenote van stadhouder Willem V zat niet vrijwillig in de mooiste kamer van zijn boerderij bij Goejanverwellesluis. Ze was onderweg van Nijmegen naar Den Haag tegengehouden door gewapende patriotten, die bang waren dat haar aanwezigheid in Den Haag het startsein zou zijn voor een opstand van de prinsgezinden. De prinses bleef ongedeerd en werd na twee dagen weer vrijgelaten. Koning Frederik Wilhelm II van Pruisen kon deze belediging van zijn zuster echter niet ongestraft laten. In het najaar van 1787 herstelden Pruisische soldaten overal in het land de macht van Oranje. 40.000 patriotten sloegen op de vlucht, de meesten naar Frankrijk.