Hoogheemradschappen en landscheidingen

 

Waterbeheersing

De strijd tegen het water bestaat al zo lang als hier mensen wonen. De Romeinen waren rond het begin van de jaartelling al bezig met ontwatering en vanaf de 11e eeuw speelden kloosters vaak een belangrijke rol bij het droog maken en houden van het land. Rond deze werkzaamheden kwamen al gauw kleinschalige polderbesturen en zogenaamde streekwaterschappen tot stand. Vanaf de 13e eeuw werd de waterbeheersing in grotere verbanden aangepakt. Dat was dringend nodig, want het in voorgaande eeuwen ontgonnen gebied kwam door 'inklinking' van de grond steeds lager te liggen. Hierdoor moesten steeds hogere dijken worden aangelegd.

 

Waterschappen

Waterschappen behoren tot de oudste instituties van het Nederlandse staatsbestel. De grotere samenwerkingsverbanden werden na verloop van tijd hoogheemraadschappen genoemd. Het zijn in de 'natte' Lage Landen van oudsher belangrijke organisaties binnen het openbaar bestuur. Hoogheemraadschappen zijn waterschappen, die hun historische naam behouden hebben. Het eerste officiƫle waterschap was het Hoogheemraadschap van Rijnland, dat in 1255 werd ingesteld door graaf Willem II van Holland. Al eerder werkten dorpen en buurtschappen samen om de waterhuishouding te regelen. De oudste samenwerking vond plaats in Utrecht omstreeks 1122, toen twintig buurtschappen samenwerkten voor een afdamming van de Kromme Rijn onder Wijk bij Duurstede.

 

Zes water- of hoogheemraadschappen

Het Hoogheemraadschap van Rijnland wordt voor het eerst genoemd in 1255; het Hoogheemraadschap van Schieland (nu Schieland en de Krimpenerwaard) dateert van 1273 en dat van Delfland van 1289. In de 13e eeuw bepaalde graaf Floris V dat zijn afgevaardigde (baljuw) in Rijnland 'dijkgraaf' zou heten, een naam die later algemeen gebruikt zou gaan worden. De dijkgraaf vormt samen met enkele 'hoogheemraden' (te vergelijken met wethouders in een gemeentebestuur) het dagelijks bestuur van een hoogheemraadschap.  

In het huidige Zuid-Holland zijn zes van de 27 Nederlandse waterschappen actief. Het zijn: het Hoogheemraadschap van Rijnland, het Hoogheemraadschap van Delfland, het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, Waterschap Hollandse Delta,  Waterschap Rivierenland, en het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden.

 

Landscheidingen.

Voorwaarde om de waterhuishouding te kunnen regelen is het aanleggen van dijken. Om een hoogheemraadschap werden dijken z.g. landscheidingen aangelegd. Deze veenkades volgden om praktische reden de hoge gebieden en de natuurlijke waterlopen. Waar de dijken waterlopen moesten doorsnijden, werd de dijk gewoon doorgetrokken. Afdammen dus, ook al betekende dat een belemmering voor het scheepvaartverkeer. Zelfs sluisjes waren verboden, want dat gaf de mogelijkheid tot sjoemelen met de waterhuishouding. Veel plaatsen in Nederland eindigen op "dam" en dat heeft hier zijn oorsprong. Een voorbeeld hiervan is Leidschendam, een dam in de Vliet ontstaan als gevolg van de aanleg van de landscheidingen van het Hoogheemraadschap Rijnland.

 

 veenkade

 

 

De Noorddijk van de polder de Wilde Veenen is zo'n landscheiding uit de 14e eeuw. De oude veenkades vormt de grens tussen de Hoogheemraadschappen Rijnland en Schieland.  De foto is uit de tijd van voor het Bentwoud.

Hoefslagen.

Dat bovengenoemde polder langs een landscheiding werd ontwikkeld, was geen toeval. In het noordoosten, de grens met Waddinxveen, maakt de veenkade ook nog een haakse bocht naar het zuiden. De helft van de bedijking lag er dus en moest alleen worden versterkt. In die tijd was het gebruikelijk dat personen, die belangen hadden in het gebied (ingelanden), een stuk bedijking kregen toegewezen om te onderhouden. Zo'n toegewezen stuk werd een hoefslag genoemd.

 

Poldermodel.

Waterschappen vormen letterlijk de basis van het poldermodel: van oudsher hebben waterschappen de taak namens de bewoners van een bepaald gebied de waterhuishouding te regelen. In polders is dat in eerste instantie de zorg voor de waterstand. Weliswaar hebben gemalen vrijwel overal de taak van de windmolen overgenomen, maar nog altijd blijft het land niet vanzelf droog.

 

 fietspad

 

 


 

Op de foto de veenkade nu. Over de cultuurhistorisch waardevolle kade loopt een fietspad (Bentwoudpad). Waarom dit fietspad niet in het Bentwoud is aangelegd blijft een raadsel.