Over het ontstaan van Moerkapelle

 

De naam Moerkapelle duidt op de aanwezigheid van een kerkje of kapel aan het moeras. Het ontstaan van het dorp is verbonden met de geschiedenis van de polder De Wildeveenen.

Agat Breman, weduwe van Hendrik Duyst van Voorhout, de overleden ambachtsheer van Zevenhuizen en de Wilde Veenen, verkoopt op 16 juni 1644 de ambachtsheerlijkheid de Wilde Veenen aan Jonkheer Warnaerd van der Wel. Dat kost hem f 15.700,-- en hiermee is de zelfstandigheid van het buurtschap/dorp een feit. De nieuwe ambachtsheerlijkheid heet voortaan Moercapelle en de Wilde Veenen.

 

baggeren

 

 

Door de vervening en bepoldering van het moerasgebied ontstond er in de 17e eeuw bedrijvigheid en vestigden zich mensen in Moerkapelle. Na drooglegging wordt in de veenpolder landbouw, en later vooral veeteelt bedreven. Maar al ver voor de verveningsactiviteiten was er sprake van bewoning.

Moerkapelle is niet zo oud als de gemeenten Zevenhuizen of Bleiswijk. Aan de Rotte werd al in de 12e eeuw grote stukken land ontwaterd door sloten te graven. Deze lange sloten werden om de 100 meter gegraven, om dan te eindigen in de Rotte. Op het verste punt van de stroken land legde men een dijk aan en daar werden ook de huizen op gebouwd. Hierdoor onstonden langgerekte dorpen op 1,5 tot 2 km van de Rotte.

 

Het gehucht 'Op Moer' is ontstaan rond 1400. Omstreeks 1560 wordt er voor het eerst melding gemaakt van een kapel. Dit gebouw heeft na de voltooiing van de dorpskerk in 1667 nog lang dienst gedaan als school en als boerderij. Het stond vermoedelijk op de hoek van de Dorpsstraat en de Moerdijkstraat, het bouwwerk dat daar stond brandde in 1905 geheel af.

 

 

 

In 1845 had Moerkapelle 539 inwoners.