Hoeveel grond heeft een mens tot zijn beschikking

 

Het te verdelen opppervlakte

 

De aarde heeft een totale opppervlakte van 510 miljoen vierkante kilometer. Dit betekent dat voor u, een van de 7 miljard wereldbewoners, een stuk van 7,18 hectare. Dat lijkt veel, maar hiervan is er 70,8% zee en 29,2% land en landijs. 

 

Het bestaat voornamelijk uit zee. In deze zee ligt een eilandje van 2,10 hectare, iets meer dan vier voetbalvelden, omringd door 5,09 hectare zeeoppervlak. Van deze vier voetbalvelden is slechts een tiende, 2100 vierkante meter landbouwgrond. Bijna al uw voedsel, per dag rond de zeventig gram vet, zeventig gram eiwit en rond de halve kilo koolhydraten komt hier vandaan. Vooral van het intensief bebouwde tuintje van 300 vierkante meter.

 

De weidegrond, het dubbele van deze oppervlakte, is lang niet voldoende om er één koe op te houden. Dit gaat dus problemen geven als de rest van de wereldbewoners net zoals de westerlingen ook melk gaan drinken. Een derde van het eilandje, 0,7 hectare, is woestijn. Gelukkig zijn er nog bossen, al worden ze in hoog tempo omgehakt: een bosje van zestig bij honderd meter, waarvan de helft natuurlijk bos, de andere helft aangeplant.

 

Er zijn ook bergen: een stuk van rond de veertig bij vijftig vierkante meter van je eiland ligt hoger dan een kilometer, een grillige rotsnaald met een basisdoorsnede van rond de veertien meter verdwijnt in de wolken.

 

Warm geworden van je pogingen om deze berg te beklimmen? Er is meer dan zevenduizend vierkante meter bevroren moeras en toendras, nu snel aan het opwarmen trouwens, en een stuk landijs zo groot als je hoeveelheid landbouwgrond, tweeduizend vierkante meter. Je huis met tuintje heeft een oppervlakte van driehonderd vierkante meter. Dat is inclusief je werkplaats en rijlaan.

 

 

 

Zelf in je eigen groenten en fruit voorzien: 35-40 m2

 
Het makkelijkst is om qua groenten en fruit zelfvoorzienend te worden. Groenten en fruit bestaan voornamelijk uit water, waardoor je al snel hoge opbrengsten per vierkante meter haalt. Nadeel van zelfvoorzienendheid is dat je altijd de groenten van het seizoen moet eten. Dus geen tomaten in de winter  – tenzij je een kas hebt. Als we het advies van het Voedingscentrum volgen, moet elk mens zo’n 400 gram groenten en fruit per dag eten.
Dat komt neer op rond de 150 kg per persoon per jaar. De meeste groentes hebben opbrengsten die variëren van een tot vier kilo per vierkante meter[1]. Als twee keer per jaar groente wordt geteeld en uit wordt gegaan van  gemiddeld twee kilo opbrengst per vierkante meter zit je dus op 35-40 vierkante meter per persoon. De opbrengst kan zelfs nog verder omhoog als je kiest voor productieve groentensoorten (winterpeen levert meer dan 10 kg per vierkante meter op) en intensieve teelt, dus het land het hele jaar door bedekt houden.
Houd bij de planning ook rekening met de winter, dus leg een kas aan en/of zorg dat je groenten als sluitkool of winterpeen kweekt. Zuurkool kan je ook zelf maken uit witte of rode kool en blijft zeer lang goed.

 

 

 

Brood, aardappelen en peulvruchten: 250 vierkante meter

 
De Nederlandse landbouw behoort tot de productiefste ter wereld. Een hectare aardappels levert in goede jaren meer dan zestig ton op. Dat is genoeg om zo’n 750 mensen van aardappels te voorzien, dus ongeveer 15 vierkante meter per persoon (iets ruimer genomen). Een hectare tarwe levert minder op omdat meer dan de helft van de biomassa in het stro zit en tarwe natuurlijk droog is – aardappels bestaan voor driekwart uit water. Driekwart van het gewicht van de aardappelplant bestaat uit aardappelknollen. Wintertarwe, dat is tarwe die in de herfst gezaaid wordt om de planten zo een voorsprong te geven in de lente, brengt rond de negen ton per hectare op. Voldoende voor 110 mensen, dus (weer met overmaat) rond de honderd vierkante meter per persoon. Het loont dus de moeite voor een deel over te schakelen op aardappels.
De aminozuren in granen en peulvruchten zijn complementair – als beide in een verhouding 3:1 worden gegeten krijg je in principe alle aminozuren in de juiste verhouding binnen. Omdat peulvruchten per vierkante meter  minder opbrengen dan granen – denk aan drie ons vergeleken met bijna een kilo – is het areaal dat nodig is vergelijkbaar. Gunstig is dat peulvruchten veel stikstof in de bodem achterlaten, waardoor de granen beter gaan groeien. Peulvruchten, aardappelen en granen kunnen dus in rotatie.

Ook hier geldt dat het groeiseizoen flink verlengd kan worden door te werken met kassen. Zo kunnen ook tropische gewassen als zoete aardappel en kousenband worden gekweekt. Het is dus mogelijk geheel zelfvoorzienend in voedsel te worden met een tuintje van ongeveer 300 vierkante meter. Wel heb je uiteraard kunstmest of een andere bron van meststoffen nodig. Echte ecofreaks composteren dus hun eigen excrementen. Wie vals wil spelen kan beter een grote zak fosfaatkunstmest en kalirijke meststof in zijn schuurtje zetten. Voor weinig geld kan je zo jaren verder.

 

 

 

Oliehoudende zaden: 30 vierkante meter

 

Een kleine hoeveelheid meervoudig onverzadigde vetzuren is absoluut van levensbelang. Het Voedingscentrum beveelt 15 gram meervoudig onverzadigde vetten per dag aan. Per jaar wordt dat ongeveer 6 liter (5 kg) olie. Een gezond oliehoudende gewas, dat het in Nederland ook goed doet, is koolzaad, dat per vierkante meter een halve kilo oliezaad (200 gram olie) produceert. De perskoek is eetbaar of te gebruiken als veevoer. Nog gezondere alternatieven, maar met een iets lagere opbrengst per vierkante meter zijn lijnzaad en raapzaad (niet in Nederland verkrijgbaar). Ook zonnebloemen kunnen.

 

 

 

Vlees, melk en andere dierlijke producten: verdrievoudiging oppervlak


Om alle vlees te kweken dat de gemiddelde Nederlander eet, zo’n 86,6 kilo per jaar, is dit kleine tuintje van 300 vierkante meter lang niet genoeg. Als we er van uitgaan dat al dit vlees varkensvlees is (voederconversie: 5), dan is om deze varkens te kweken rond de 500 kilo graan en andere gewassen per jaar nodig. Hiervoor moet het tuintje in afmeting verdrievoudigen. Een slimmer alternatief is daarom kippen te houden. Die leggen ook geregeld eieren. Per persoon is één a twee kippen voldoende. Deze kunnen met etensrestjes en de koolzaadkoek gevoerd worden en voor de rest loslopen.
Een andere interessante aanvulling is een visvijver. Wat je absoluut wilt voorkomen is watergebrek in je tuintje, want dit vertaalt zich direct in een lagere oogst. In het waterreservoir kunnen weinig eisende vissen zoals zoetwaterkarpers of Afrikaanse meervallen (verwarmd water) gehouden worden. Graskarpers of tilapia’s kunnen worden gevoerd met eendenkroos, dat erg goed groeit op overbemest water. Ik heb ooit onderzoek gedaan naar een systeem waarbij eendenkroos als waterreiniging werd gebruikt.