De Wildevenen,

 

de polder en het dorp zijn nauw met elkaar verbonden.

De molens van de Wildevenen,

 

de historie van de acht molens van de polder de Wildevenen.

De Wildevenen,

 

Land van Belofte een landgoed in de Wildevenen.

De Wildevenen,

 

de stolpboerdeij aan de Herenweg gebouwd in 1660.

De Wildevenen

 

Bijna de oudste droogmakerij van Zuid Holland. 

 

wildevenen

 

 

De Wilde Veenen of De Honderd Morgen is een droogmakerij van 592 hectare gelegen in het midden van de provincie Zuid-Holland, aan het noordelijkste deel van het riviertje de Rotte. De Wilde Veenen viel voor de rechtspraak onder het Baljuwschap Schieland en voor de waterhuishouding onder het Hoogheemraadschap Schieland (1273 Floris V).

 

Ten westen van de Wilde Veenen de polder Honderdveertigmorgen (Lansingerland), ten oosten de Achterofse polder (Waddinxveen).

 

 

 

 

De Wilde Veenen wordt in 16e eeuwse documenten beschreven als een afgelegen moerassig gebied. Het gebied was niet geschikt voor weide of hooiland, maar wel voor het delven van turf. Waar de turf was afgegraven of weggebaggerd bleef een veenplas achter. Daar was alleen voor visser of rietsnijder een bestaan mogelijk. Door afslag van de oevers van de plas dreigde steeds vaker overstroming van het naastgelegen land.

 

 

 

Rond 1640 vatte jonker Warnard van der Wel het plan op tot droogmaking van de plas. In 1647 werd begonnen met de voorbereidingen. Onder ambachtsheer Daniël van Hogendorp werd de droogmakerij vanaf 1651 voortgezet en in 1655 kon het laatste deel worden verkaveld. In 1673, 1682 en 1715 kwam de polder onder water te staan en moest hij opnieuw worden drooggemalen. Na de droogmaking ontwikkelden de Wilde Veenen zich tot landbouwgebied, er werden verschillende boerderijen gebouwd. Het in de Wilde Veenen gelegen Moerkapelle groeide uit tot een bescheiden dorp.

 

 veenkade

 

 

Aan de noordelijke en oostelijke kant van de polder de Wilde Veenen bestond al een dijk, de landscheiding tussen de hoogheemraadschappen Rijnland en Schieland. Deze historische veenkade is aangelegd in de 14e eeuw. De foto is gemaakt vanuit de Hoogeveense polder en dateert van voor de aanleg van het Bentwoud.

 

 

 

Voordat de polder kon worden drooggemalen moest deze eerst worden omdijkt. In de 17e eeuw geen taak van de overheid, maar van private ondernemingen waar 'durfkapitalisten' als Warnard van der Wel en later Daniël van Hogendorp de klus klaarden. De omdijking (in die tijd natuurlijk geheel met de hand) werd uitbesteed voor 14.000 gulden.

 

 

 

Rampen.

In 1655 was de droogmaking voltooid, echter in 1672 (rampjaar) werd de Hollandse Waterlinie in werking gesteld. Het Franse leger van Lodewijk XIV echter stak als tegenzet de Lek dijk door. Uiteindelijk was de dijk aan de Moerkapelse Zijde hier niet tegen bestand en liep de polder in januari 1673 weer onder. Omdat de molens echter gespaard bleven,  was de polder in 1675 weer droog en konden de landarbeiders weer aan de slag.

Op 13 januari 1682 stuwde een storm het water van de Honderdveertigmorgen zo hoog tegen de Oude Leekade (Rottedijk), dat de dijk bezweek over een lengte van 12 roeden (50 mrt). Het water stortte met een groot verval door het gat en achter de dijk ontstond een gat, een zogenaamd wel. Dit wel is nog steeds te zien ten zuiden van het landgoed Land van Belofte (ach was hier maar een wandelpad).

Op 12 februari 1715 begaf de Oude Leekade het opnieuw als gevolg van een zware storm. Ook toen stroomde het water van de Honderdveertigmorgen (nu Lansingerland) in de lager gelegen Wilde Veenen. De Leekade werd over een afstand van 16 tot 17 roeden weggeslagen en het water in de Wilde Veenen stond 10 voet boven het maaiveld.

 

 

"Uit schuim werd goud geboren"

Een bloemrijke zegswijze van 17e-eeuwse tijdgenoten. De kleibodems van deze nieuwe droogmakerijen waren zeer geschikt voor akkerbouw. Waar deze onderlaag van klei ontbreekt, zoals in de Friese meren was droogmaking gewoonlijk niet aantrekkelijk. Dat de Wilde Veenen ondanks de hoge polderlasten vier maal is drooggemaakt, bewijst dat de opbrengsten in deze vruchtbare polder hoog moeten zijn geweest. Voor de heren bedijkers was de droogmaking vooral een geldbelegging of speculatie-object. Voor Warnard van der Wel liep het uit op een faillissement en ook  Daniël van Hogendorp liet bij zijn dood in 1673 zijn weduwe Ida Maria Hooft met schulden achter. Hun opvolgers lieten in de 'Honderd morgen' grote hofsteden bouwen, die ze met het omringende land aan pachters verhuurden. In veel pachtcontracten bedong de landeigenaar voor hem en zijn gezin het recht op een 'herenkamer' om daar van tijd tot tijd te komen logeren. De boerin moest dan voor de gasten koken en de kamers schoonhouden.

 

 

Tegenwoordig.

Vanaf halverwege de 20e eeuw zijn de polders sterk verstedelijkt. Het historische dorpscentrum van Moerkapelle ligt hoger in het landschap, de latere uitbreidingswijken liggen lager, in de omliggende droogmakerij. De dorpen krijgen steeds meer betekenis als woongebied voor forenzen die in de grotere steden in de omgeving werken. Moerkapelle heeft de ambitie om te verdubbelen.

 

verstedelijking

 

 

 

 

Stadsuitbreidingen hebben als resultaat dat de openheid van het gebied verkleind wordt en dat de horizon voortdurend aan verandering onderhevig is.

 

 

 

 

Hierdoor heeft het idyllische beeld van de agrarische polder al decennia geleden plaats gemaakt voor verstedelijking. Ook is grootschalige en intensieve glastuinbouw tot ontwikkeling gekomen. Het open agrarische productielandschap van weleer is een verstedelijkt landschap geworden.

 

En wat was nu de oudste droogmakerij in Zuid-Holland? Dat is de Meerpolder bij Zoetermeer. Het (zoeter)meer was een van de weinige natuurlijke meren in Zuid-Holland en is in 1614 drooggelegd.