Baljuwschappen

Baljuw was de benaming voor de ambtenaar die de vorst vertegenwoordigde in landelijke gebieden en in sommige gevallen in steden. Zijn ontstaan zou teruggaan op de 12e-eeuwse Franse koning Filips II die hen voor het eerst aanstelde. De benaming werd hoofdzakelijk in Noord-Frankrijk, Vlaanderen, Henegouwen, Holland en Zeeland gebruikt. In andere gewesten voerden soortgelijke functionarissen de titel van Landdrost.

 

In de ontstaansperiode van de steden in de Nederlanden werkten de verplichtingen en lasten, opgelegd door de feodale heren, eerder remmend en hinderend op de handels- en nijverheidsactiviteiten van de stedelijke bevolking. De heren zagen zich geleidelijk aan verplicht een reeks vrijheden, privileges te verlenen, die zowel aan de steden als aan de landheer zelf ruime voordelen verschaften. De oude, vroegmiddeleeuwse instellingen raakten daarbij hopeloos verouderd en beantwoordden niet meer aan de vernieuwde levenswijze. De vroegere vorstelijke ambtenaren (burggraaf, schout, meier, amman, ... ) genoten een relatieve autonomie en lieten vaak hun gezag méér gelden in eigen voordeel dan in dat van hun landheer. Zulke misstanden konden de vorsten niet langer dulden. Ze moesten kunnen beschikken over betrouwbare ambtenaren die geheel in hun dienst stonden. Zulke ambtenaren waren de baljuws.


 

 hogendorp

 

 

Daniël van Hogendorp, heer van Moerkapelle en Wilde Veenen, (Amsterdam, 23 september 1604 - Rotterdam, 30 maart 1673)

 

Van Hogendorp vervulde nog diverse andere en veel hogere ambten, zoals Baljuw van het Baljuwschap Schieland en Dijkgraaf van het Hoogheemraadschap van Schieland. Hij nam ook het initiatief tot de bouw van het Schielandshuis. Van Hogendorp trouwde op 19 april 1650 te Delft met Ida Maria Hooft. Op de voorzijde van de kerk van Moerkapelle staan de wapens van Van Hogendorp (een rad in het veld) en van zijn vrouw Ida Maria Hooft (een manshoofd omwikkeld met een doek).

 

 

 

 

 

Het baljuwschap Schieland was een tot het graafschap Holland behorend baljuwschap.

Oorspronkelijk behoorde het gebied tot het baljuwschap Rijnland. Een afzonderlijk baljuwschap Schieland werd voor het eerst vermeld in 1273 als baljuwschap tussen Schie en Gouwe. Het is in dezelfde tijd ontstaan als het hoogheemraadschap Schieland. Tot 1413 hadden de baljuwschappen Schieland en Delfland dezelfde baljuw.

Op 14 februari 1576 kocht de stad Rotterdam voor f 4000,-- èn het Baljuwschap en het Hoogheemraadschap van Schieland aan van de Staten van Holland en West-Friesland. Het Baljuwschap van Schieland bestaat dan niet meer, maar het Waterland heeft nog zijn Dijkgraaf en Hoogheemraden.

Tot het baljuwschap behoorden de volgende ambachtsheerlijkheden:

  1. Hogenban (in 1605 verenigd met Overschie)
  2. Overschie
  3. Cool
  4. Schoonderloo
  5. Kralingen
  6. Capelle aan den IJssel
  7. Nieuwerkerk
  8. Moordrecht
  9. Zevenhuizen
  10. Moerkapelle met Wildevenen
  11. Hilligersberg met Rotteban en Bergschenhoek
  12. Schiebroek