Ambachtsheerlijkheid

Het graafschap Holland was in de middeleeuwen verdeeld in deels zelfstandige ambtsgebieden of ambachten. Lokaal stelde de graaf gezaghebbers aan, die ook een deel van zijn rechten mocht uitoefenen. Een ambachtsheerlijkheid was een gebied waarin de plaatselijke heer naast allerlei voorrechten, de rechtspraak mocht uitoefenen. De baljuw van Schieland was hier de hoogste rechter. Lagere rechtspraak vond plaats in naam van de ambachtsheren. De heren konden daarnaast nog rechten doen gelden op een tiende van de opbrengst van de oogst, visserij- en jachtrechten en bovendien benoemden ze een groot aantal plaatselijke functionarissen. De schout, secretaris en bode waren van hun benoeming afhankelijk, maar ook de predikant, de schoolmeester, de kerkmeesters en de turfmeters. Alle schepenen en ambachtsbewaarders, te vergelijken met gemeenteraad en wethouders, werden door hen benoemd en bijvoorbeeld ook bierverkopers en grutters waren voor de uitoefening van hun beroep aangewezen op de ambachtsheer. De ambachtsheerlijkheid onderscheidde zich van de vrije of hoge heerlijkheid doordat de ambachtsheer geen jurisdictie in halszaken bezat. Oorspronkelijk waren de ambachtsheerlijkheden in handen van edellieden. Later werden ze veelal gekocht door rijke burgers en door steden.

 

De ambachtsheerlijke rechten vielen formeel na het overlijden van de ambachtsheer terug aan de graaf, later aan de Staten van Holland. Al in de middeleeuwen was het echter gebruikelijk de rechten direct weer door te geven aan nakomelingen van de vorige heer. Na 1600 konden de rechten zelfs worden verkocht mits, elke keer, met toestemming van de Staten. Om zijn plannen voor de drooglegging van de Wilde Veenen te realiseren, moest Warnard van der Wel dit gebied kopen van de ambachtsheer van Zevenhuizen. Op 5 juni 1644 deed Agatha Breman, de weduwe van Hendrik Duyst van Voorburg, de grond en heerlijkheid van Moercapelle en de Wildevenen voor f 15.750,-- over aan Berend Coenders van Helpen. Warnard van der Wel had Coenders van Helpen dus voor zijn droogmakerij weten te strikken, maar op 7 april 1647 verkocht Coenders van Helpen de grond aan Laurens van Swaenswijck. Warnard van der Wel werd heer van Moercapelle en de Wildeveenen.


 

 hogendorp

 

 

Na het faillissement van Warnard van der Wel werd op 3 april 1651 in Den Haag de heerlijkheid Moercapelle en de Wildeveenen geveild. De koper van de heerlijkheid was Daniël van Hogendorp.

 

Daniël van Hogendorp, heer van Moerkapelle en Wilde Veenen, (Amsterdam, 23 september 1604 - Rotterdam, 30 maart 1673)